Een armamputatie: en nu? We vragen het aan revalidatiearts Corry van der Sluis

Ze is een autoriteit op het gebied van hand- en armamputaties. Ze werkt bijna 25 jaar als revalidatiearts voor het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en is hoogleraar op de Rijksuniversiteit Groningen. We vragen Corry van der Sluis (56) om praktische tips en nemen een kijkje in de toekomst.

 

De beslissing van het overgaan tot een amputatie, is een van de moeilijkste waar Corry geregeld mee te maken heeft. “We willen het percentage patiënten dat niet blij is na een amputatie zo laag mogelijk houden. Mensen die veel pijn of zelfs verlammingen hebben – denk aan een slingerende arm waar je geen controle over hebt – willen graag een amputatie. Maar niet iedereen is na een amputatie pijnvrij of zonder klachten. De voordelen van een amputatie moeten opwegen tegen deze nadelen.”

 

Corry beslist nooit alleen; dat doet ze samen met andere artsen, handtherapeuten, en psychologen. Ze stelt ons gerust: “Voor zover ik kan herinneren heeft geen van mijn patiënten spijt van de keuze voor amputatie.” Na die keuze komen de vervolgvragen: wat voor amputatie wordt het, wat voor prothese heeft iemand nodig, hoe richt je de revalidatie in, hoe bereid je iemand voor op het verlies van een (deel van) zijn of haar arm? Sommige mensen krijgen onverwacht te maken met een amputatie, bijvoorbeeld na een ongeval. De revalidatie loopt inhoudelijk hetzelfde als bij ‘geplande’ amputaties. Alleen is de mentale hulp anders. “Op zo’n moment is níemand voorbereid”, licht Corry toe.

 

Revalidatie is teamwork

“Revalidatie is per definitie teamwork”, zegt Corry. “Alle patiënten bespreken en behandelen we in teamverband.” Daar waar je met een beenamputatie snel in groepsrevalidatie terechtkomt, is dat veel ingewikkelder bij een (gedeeltelijke) armamputatie. Ga maar na: worden er vingers geamputeerd, een hand, een onderarm of een bovenarm? Misschien wel twee armen? Wat voor levensstijl heb je, wat voor prothese hoort daarbij? Corry vervolgt: “Een eenheidsbehandeling is er niet voor mensen met armamputaties. Bovendien zijn er ook te weinig mensen met een armamputatie om voortdurend revalidatieprogramma’s voor in te richten.” Dat brengt een andere uitdaging met zich mee.

 

Corry zou graag meer ervaringsdeskundigen betrekken bij de revalidatieprocessen. “Wij kunnen veel uitleggen en oplossingen aandragen, maar een ervaringsdeskundige komt vaak weer met andere oplossingen. Ik denk dat het niet meevalt om te leven met een armamputatie. Andere mensen kijken voortdurend naar je, en hoe ga je daarmee om – bijvoorbeeld in een zwembad? Een ervaringsdeskundige benadert dat op een andere manier dan wij dat als medici doen.”

 

Vijftien jaar ontwikkeling in een notendop

Er is nog veel te verbeteren, zegt Corry. Maar ze kijkt ook tevreden terug op de laatste vijftien jaar. “Vanaf de jaren zestig tot begin 2006 waren er weinig ontwikkelingen. Maar daarna is er veel veranderd. Denk aan prothesehanden die een pincetgreep kunnen maken, prothesevingers die kunnen bewegen en myo-elektrische prothesen die met patroonherkenning worden aangestuurd door middel van meerdere elektrodes, waardoor grepen beter worden.”

 

Corry somt nog meer op: “Osseointegratie, waarbij je door middel van pinnen in je bot klikprothesen kunt gebruiken, en elektronische ellebogen. Op dit moment experimenteren we met elektrodes in zenuwen en spieren, waardoor prothesen erg verbeteren. Daardoor krijg je prothesen waar je iets mee voelt. Door middel van 3D-printers kunnen we lichtere materialen printen, die voor een drager minder warm en zwaar zijn. Met armbewegingen is nog weinig gedaan, maar daar beginnen we binnenkort mee. Met virtual en augmented reality geven we behandelingen tegen fantoompijn, wat ook een veelbelovende ontwikkeling is.”

 

Praktische aanpassingen

Los van alle medische mogelijkheden, kijkt Corry met haar team ook naar wat iemand praktisch allemaal nodig heeft. “Een amputatieniveau bepaalt wát. We maken aanpassingen aan bijvoorbeeld bestek en fietsen. We ondersteunen bij het oppakken van autorijden. En we leren hoe je met één arm een rits van een jas dichtmaakt, biefstuk doorsnijdt en veters strikt. Alles om te zorgen dat een patiënt zoveel mogelijk zijn of haar oude leven kan oppakken na een amputatie.”

 

Keuze voor prothese

In het verlengde van de praktische aanpassingen wordt er een passende prothese gekozen. Van een basisprothese tot een geavanceerde armprothese. Zorgverzekeraars vergoeden niet altijd de beste keuze. Corry: “Ik vind het jammer dat een patiënt gelijk vijf jaar met een eerste prothese moet doen. Ik zie liever dat we in het eerste jaar beginnen met een tijdelijke basisprothese, kijken hoe iemand functioneert en dan overgaan op een definitieve prothese. Als een patiënt een prothese goed beheerst, kan een geavanceerdere prothese echt van meerwaarde zijn. De andere kant is dat we mensen ook een realistisch beeld moeten geven van de mogelijkheden. Ze hebben hoge verwachtingen. Op internet staan geavanceerde prothesen, waarmee het lijkt alsof je er super van gaat functioneren en alsof al je problemen in één keer opgelost zijn. Maar niet iedereen kan met zo’n prothesen overweg. Prothesen zijn gevoelloos, stijf, zwaar, onhandig. Het is geen vervanging van je hand. Misschien in de toekomst?”

 

Tot slot adviseert Corry om met een (gedeeltelijke) armamputatie altijd naar een expertisecentrum te gaan, en je te laten adviseren door specialisten die alle type prothesen kennen. Er zijn tien deskundige centra in Nederland: Vogellanden in Zwolle, Roessingh in Enschede, Sint Maartenskliniek in Nijmegen, De Hoogstraat in Utrecht, Erasmus MC in Rotterdam, Revant in Breda, Blixembosch in Eindhoven, Adelante in Hoensbroek, MRC in Doorn en natuurlijk Corry’s eigen centrum: UMCG in Groningen.

[Totaal: 0   Gemiddelde:  0/5]

Geef een reactie

negen − 4 =