Maarten is ondanks én dankzij een armamputatie professioneel ruiter: ‘Het is mijn unique selling point’

Maarten van Stek (59) heeft een carrière als ruiter en instructeur. Hij traint nog altijd voor de top: Grand Prix dressuur. Ondanks dat het heel opmerkelijk is dat hij dit alles doet met één arm, was hij nog nooit eerder geïnterviewd over zijn amputatie. “Het komt zelden ter sprake.”

Foto: Arnd

 

Maarten traint paarden voor het allerhoogste dressuurniveau. Daarnaast heeft hij op Z-niveau gesprongen. Stel je eens voor: dat zijn hindernissen van 1,30 meter. Als je foutloos bent in een springparcours, dan draait de tweede ronde – de barrage – om wie het snelste gaat. Dat betekent: risico nemen, hard galopperen, afremmen en scherpe wendingen rijden. Een paard is zeer gevoelig voor het gewicht van de ruiter en de noodzakelijke balans die een ruiter nodig heeft. Het is bijzonder dat iemand die zijn arm mist daar zo behendig in is. “Ik doe alles wat een ander doet, en sommige dingen zelfs nog wat beter dan iemand met twee armen. Het is mijn unique selling point: het brengt me bekendheid, bewondering en respect.”

 

‘Zelfs mijn echtgenoot vergeet dat ik een amputatie heb’

“Die amputatie hoort bij me, ik ben ermee vergroeid. Mensen om me heen realiseren zich ook niet altijd dat ik een arm mis.” Maarten vervolgt, lachend: “Soms vragen ze of ik even een doos wil sjouwen.” En nog een grappig voorbeeld: “Op wedstrijd was ik een keer vergeten handschoenen aan te doen. Mijn man ging naar de auto en het duurde erg lang voordat hij terugkwam. Toen hij aan kwam lopen, zei hij in lichte paniek: ‘Ik kan er maar eentje vinden.’ Zelfs mijn echtgenoot vergeet dat ik een amputatie heb.” Maarten loopt over van de grappige anekdotes: veel lachen en humor inzetten hoort bij zijn ‘overlevingsstrategie’. “Het helpt me relativeren. Ik neem mezelf niet al te serieus.”

 

‘In 1966 waren ze nog niet zo knap als nu’

Op zijn zesde verbrijzelde Maarten zijn linkerarm bij een auto-ongeluk. “Ze waren in 1966 nog niet zo knap als nu, mijn arm moest eraf. Op advies van therapeuten ben ik gaan zwemmen en paardrijden, om mijn lichaam goed te ontwikkelen. Al gauw bleek dat ik talent had voor paardrijden. Ik wilde een hippische opleiding volgen, maar ik werd ervoor gewaarschuwd dat het een onmogelijke wereld voor mij zou zijn.” Maarten zette toch door en werd zelfstandig trainer: “Toen ik halverwege de twintig was, was mijn goede arm een tijdje flink overbelast. Gelukkig was ik nog jong genoeg om te herstellen.”

 

‘Ik moet roeien met de riemen die ik heb’

Foto: Miriam Voorwinde

In de afgelopen 53 jaar veranderde veel op het gebied van protheses. Maar daar heeft Maarten geen profijt van gehad. “Ik heb heel weinig stomp, daarom kan er bij mij niet zoveel. Alle protheses die elektrisch zijn, vallen af. Dus wat voor mij overblijft is een prothese die zorgt dat mijn kleding goed zit, ik er goed uitzie en ik mijn balans beter voel. Ik vind het net niks, zelfs armoeiig, die prothese. Ik heb voor de prothese altijd een band om mijn lijf en een extra T-shirt aan. Dat is warm. Helemaal als sporter. Maar ik moet roeien met de riemen die ik heb. Ik doe de prothese aan en uit op een manier zoals ik ook mijn bril op- en afzet.”

 

‘Ik voel me niet thuis in de parasport’

Maarten heeft vrijwel zijn hele carrière reguliere wedstrijden gereden. Hij maakte ooit een uitstapje naar de parasport, maar was er snel klaar mee. “Ik voel me daar niet thuis. Parasport is in mijn ogen bedoeld voor mensen die niet terecht kunnen in de reguliere sport. De plekken en het vele sponsorgeld zou uitsluitend voor hen bedoeld moeten zijn. Niet voor mensen die drie vingers en een teen missen. Nu zie je dat er mensen aan meedoen die ook succesvol zijn in de normale sport. Die nemen plekken in van mensen die écht zijn aangewezen zijn op parasport. Honderden mensen in de topsport hebben een ongemak en vinden een manier om ermee om te gaan. Ik voel mezelf dan ook allerminst gehandicapt op een paard: achter een piano zou ik dat wel hebben.”

 

‘Zeuren en zielig doen brengt je nergens’

Foto: Miriam Voorwinde

Maarten kan door zijn beperking geen kracht inzetten om een paard te overtuigen iets te doen. “Het dwingt mij nog meer om een betere ruiter te zijn.” Hij staat erom bekend dat hij zijn paarden op creatieve manieren laat begrijpen wat hij van ze vraagt. Deze ervaring deelt hij met zijn leerlingen. “Ik leer mijn leerlingen dat ze moeten dealen met hun beperkingen. Ik heb ook gehandicapte leerlingen, maar die train ik niet anders dan anderen. Ik zeg sneller tegen anderen: ‘Je moet niet zo zeiken, ga gewoon aan het werk.’ Ook niet-gehandicapte mensen kunnen zeuren en zielig doen, maar dat brengt je nergens. Ik kan daar best hard voor zijn. Mijn man zegt vaak: ‘Je komt nog eens iemand tegen die jou een knal voor je kop geeft.’ Maar tot op heden kom ik er gewoon mee weg.”

 

‘Ik heb vele kansen gehad vanwege mijn handicap’

Is Maarten nou ondanks zijn armamputatie een professionele ruiter, of dankzij? Als we de balans opmaken, lijkt het erop dat de amputatie Maarten heeft gemaakt tot wie hij nu is. Van het advies om te gaan paardrijden tot zijn manier van omgaan met tegenslag, en van de bewijsdrang die zorgde dat hij een hippische opleiding ging volgen tot de creativiteit om vrijwel alles – hij blijft realistisch – op te kunnen lossen. Maarten: “Natuurlijk heeft het me doorzettingsvermogen en veerkracht opgeleverd, maar ik weet nooit wat ik gedaan zou hebben als me dit niet overkomen was. Ik heb wel heel veel kansen gehad vanwege mijn handicap. En het levert altijd veel respect en bewondering op. Vroeger wilde ik dat niet horen, nu zeg ik netjes ‘dankjewel’.”

 

Lees ook: Paardrijden met een beperking? Nienke doet het al jaren.

 

[Totaal: 2   Gemiddelde:  5/5]

Geef een reactie

18 − drie =