Video: Renner op één been

 

 

Peter verloor zijn onderbeen op 17-jarige leeftijd. Dat was in de jaren zestig. Hoe reageerde zijn omgeving destijds op de nieuwe situatie?

 

Hoe reageerde men toen Peter als 17-jarige zijn onderbeen verloor?

Ja, hoe reageerde de omgeving op mij? Ja, ik was de enige die gehandicapt was in het hele dorp. Er bestonden geen gehandicapten. Ja, er was één Down-kindje, en die was gehandicapt vonden wij. En dan kwam Peter van Lith, die erg… Ja, men zei toen: een houten poot.’

‘Men had nog in het hele dorp nooit iemand met een prothese gezien. Dus daarom wilde ik ook niet gehandicapt zijn. Ik wilde perfect lopen, ik wilde perfect fietsen, ik wilde… Ik wilde overal aan meedoen.’

‘Men zei… Ik weet nog dat ik niet meer zou kunnen schilderen, want mijn oudste broer had een schilderbedrijf dus vandaar dat ik huisschilder zou moeten worden. Nou, ik denk: ja, dat doe ik dan nog wel, fietsen komt later hè. Maar in die tijd dat ik dan het ongeluk… Ja, fietsen… Ja, het schilderen was afgelopen. Ik ben juist weer gaan schilderen.’

‘Ik heb mijn vakdiploma’s gehaald en ik denk: ja, ik zal ze weleens laten zien of dat ik nog schilderen kan. Dus natúúrlijk ging ik de haan van de kerktoren afhalen om met bladgoud te beleggen en weer terug te zetten, terwijl iedereen zei dat ik helemaal gek was. En natuurlijk liep ik een wandelmars van dertig kilometer en natuurlijk wilde ik weer wielrennen. Juist omdat iedereen zei dat het niet meer zou gaan heb ik het gedaan. Misschien is dat de drijfveer wel geweest.’

 

Ervaringsdeskundige Peter staat klaar om weg te fietsenBen je vanwege je amputatie een stapje verder gegaan?

‘Nou, ik zeg al… Die extra trainingen, en juist twee keer zo hard trainen als een ander… En als een ander tweehonderd kilometer fietste – trainde per week – om zaterdags en zondags die wedstrijden te rijden, nou dan reed ik er driehonderd. Of ik ging ’s morgens voor mijn werk uit tussen vijf uur en half zeven nog gauw anderhalf uur fietsen voordat ik ging werken. En als ik om vijf uur terugkwam van mijn werk, ja, dan fietste ik weer tachtig kilometer, of zeventig.’

‘Extra trainingen; altijd maar weer denken: het komt nog goed. Ik was ook de enige wielrenner in heel Nederland met een prothese. Maar zo langzaam maar zeker wist heel wieler-minded Nederland wel dat er ook nog een renner bestond op één been.’

 

Geef een reactie