Video: Handicap toen en nu

 


De wereld is veranderd, ziet Peter. Tegenwoordig mag je een handicap hebben zonder daarop aangekeken te worden, en dat was vroeger wel anders. ‘Ik heb geen amputatie meer, denk ik vaak. Ik ben verweven met die prothese’.

 

Waarom durf je nu wel te laten zien dat je een prothese draagt?

Peter vertelt: ‘Ja dat verschil is ontstaan, denk ik, door de media. Het blijkt tegenwoordig, in de laatste tien of vijftien jaar, misschien wel twintig jaar, dat het steeds normaler is als iemand iets mankeert. Ik heb vroeger bijvoorbeeld honderden keren gezien dat zo gauw als iemand in een rolstoel komt en er komt een begeleider achter, dat men in de winkel tegen die begeleider begint te praten alsof die persoon in de elektrische rolstoel zit, of in de rolstoel zit, zwaar gehandicapt zou zijn of niet goed bij het hoofd is. Nou ja, dat heb ik altijd een schande gevonden en zo was dat eigenlijk ook als iemand met een kunstarm of met een kunstbeen loopt. Dan is het net alsof op dat moment iemand z’n verstand verloren heeft. Dan beginnen ze tegen een ander te praten.’

Hij vervolgt: ‘Dat is gelukkig de laatste vijftien of twintig jaar totaal anders geworden. Iemand mag een handicap hebben. Dat was vroeger niet. Je hebt het nog wel in de derde wereld: daar worden kinderen of mensen weggestopt omdat ze gehandicapt zijn. Ik denk dat dat ergens bij me in het achterhoofd zit dat ik in ieder geval niet gehandicapt moest zijn. Ik denk dat dat, ja… Een handicap mag iemand hebben, zonder dat er op aangekeken wordt.’

Bekijk ook: de video’s van ervaringsdeskundige Martine

 

Gaan mensen anders om met hun amputatie dan vijftig jaar geleden?

Peter: ‘Honderd procent verschil, met  vijftig jaar geleden en nu. Op dit moment is het de aandacht van alles: van de media, de Paralympics, we hebben – ik zeg al – veteranen die door een landmijn een amputatie hebben. Noem het maar op: we hebben… Op alle fronten zien wij op televisie en in de media dat mensen gehandicapt zijn en die zich daar ook helemaal niet voor schamen. Die er voor uitkomen. Die willen eigenlijk ook alleen maar die aluminium pijp met die voet eronder of een veer eronder om te sporten. Die zijn er zelfs trots op dat ze dat nog kunnen, van wat ze doen. En terecht, volop terecht!’

‘Maar in onze tijd – vijftig jaar geleden – je was een uitzondering, en wie wil er nu een uitzondering zijn in negatieve zin? Van het niet meer kunnen, of bepaalde dingen niet meer kunnen? Daarom wilde ik ook zo graag echt alles. Juist laten zien dat je daardoor niet gehandicapt bent. Ja, dat was zo. Honderd procent verschil.’

‘Ik zie het niet meer als… Ik heb geen amputatie meer, denk ik vaak. Ik ben verweven met die prothese. Ik voel het al tweeënvijftig jaar. Ik zie niet in dat ik gehandicapt ben. Ik kan er alles mee, ik doe er alles mee. Onlangs dan een aantal zwagers en vrienden waar we mee in Spanje zijn geweest. Ja, die lopen gauw even tien kilometer, of drie kilometer, of vier kilometer. Ja, op dat moment voel je je ineens van: goh, ik kan het niet meer. Maar ik heb heel mijn leven alles op de fiets gedaan. En dan is lopen niet zo erg dat je dat niet kun. Kijk, een uurtje lopen, of een halfuurtje lopen… Maar kilometers achter elkaar met een tempo van zes of zeven per uur? Ja, dan voel ik me ineens gehandicapt.’

 

 

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Misschien ook interessant

Geef een reactie

twee + 17 =