Video: Liefde & Gezin

 

 

Peter ging weleens uit met meisjes, maar de ware kwam hij tegen op een klassenfeest: Jeanne!

Wat voor invloed heeft Peters prothese op hun relatie en gezin?

 

Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?

Jeanne vertelt: ‘Ik zat in de verpleging en we hadden een klassenfeest. En mijn schoonzus – nu nog steeds mijn schoonzus, ze is getrouwd met de broer van Peter – zat ook bij mij in de opleiding, en die zei: ‘Goh, ik wil wel de broer van Jan uitnodigen’, want ja, je wilt toch wel met iemand naar dat feest toe. Dus toen is Peter meegekomen en ik wist dus dat hij een wielrenner was op een prothese. En goed, ik vond hem aardig, dus ik denk daarna: ik moet zorgen dat ik me verdiep in al die wielertermen, dat ik echt wel interesse toonde. Nou ja, goed, zo is dat eigenlijk gegaan, denk ik, hè. Niet?’

Peter: ‘Ja, zo is dat gegaan.’

Jeanne: ‘Dus ik wist eigenlijk wel dat hij een prothese had toen ik hem leerde kennen. En dat vond ik zelf verder geen probleem. Ik heb toen natuurlijk weleens gedacht: hoe zal de toekomst…? Vooral als je al wat langer verkering hebt: hoe zal de toekomst gaan? Ik had zelf verwacht: op een gegeven moment zal hij wel in een rolstoel ofzo terechtkomen. Maar goed, ik denk dat ik soms meer bij te benen heb dan andersom, want wat hij vertelde van zijn stappen, zijn grote passen; nou, als we een stukje lopen dan moet ik echt flink aanzetten om bij te houden.’

Lees ook: Daten met een beperking

 

Dansen in Ammerzoden

Peter: ‘Ik denk dat het een voordeel was dat Jeanne wist dat ik op een prothese liep, want voor Jeanne heb ik toch verschillende meisjes gehad. We gingen met vrienden op zondagavond altijd dansen, in Ammerzoden, en niemand wist dat, want ik zou het ook nooit iemand vertellen. Maar als het iets werd, nou goed, dan kom je daar vanzelf wel achter en dan moet je dat wel vertellen natuurlijk. Dus ik heb toch wel een aantal meisjes redelijk serieus gehad, voordat ik Jeanne ontmoette, ja, dat was een stuk makkelijker.’

Jeanne: ‘Ja, ik heb dat natuurlijk zelf niet zo ervaren, maar ja, jij wel hè. Omdat Peter natuurlijk een prothese heeft dacht ik dacht dat ik hem in bepaalde dingen moest ontzien. Maar ik kwam er na een tijdje wel achter: hij wil niet zielig gevonden worden. En misschien heeft dat wel een beetje zijn weerslag op ons gezin. Ik heb weleens gezegd: wij zijn daardoor wel wat harder geworden. Niet piepen maar doorgaan. Want Peet piept zelf ook niet, en ja, wat is piepen? Natuurlijk mag je je grenzen ook aangeven, maar jij wilde dat nooit hè. Wat hij dus vertelde, van als hij op zijn werk niet naar werk toe kon, omdat hij griep had – nee, juist geen griep, maar vanwege die prothese – dan moest ik inderdaad een belletje doen dat hij griep had. En dat begreep ik weleens niet, dan denk ik: kom daar eens gewoon voor uit, dat je vanwege die prothese niet kunt. Maar ja, dat was Peet.’

 

Pijngrens

Peter: ‘Ja, dat is eigenlijk omdat ik per se niet wilde weten dat ik op een prothese liep en dat ik daardoor weer een dag thuis zou moeten zijn of een dag rust zou moeten houden omdat er een verronkel of karbonkel achterop die prothese zat, waardoor je op een soort steenpuist loopt. Nou, dat is niet lekker lopen. Dus vandaar dat ik dan dacht: ja… En dan smeerde ik, en dan deed ik van alles om die druk te verminderen en toch gaan te lopen. En toch naar mijn werk toe, want ja, ik zal je vertellen: ik heb nog weleens een halve dag of zelfs hele dagen met pijn echt gelopen, maar dat wilde ik per se niet, dus ja, een beetje harder word je er wel van, alleen die pijngrens is bij mij wel een beetje verlegd, laten we het zo zeggen.’

 

Het water in

Jeanne: ‘Ja, en ook de kinderen hebben eigenlijk er nooit niks verder… Wat wel was bij ons: wij gingen nooit naar zwembaden toe, van die openbare zwembaden, maar we hadden dan een rubberboot, want we gingen veel kamperen, met de kinderen in de vakanties, en dan gingen we met die rubberboot het water op, en dan sprong Peet dus wel zonder prothese het water in. Maar voor de kinderen is het eigenlijk altijd gewoon geweest.’

Peter: ‘Voor de kinderen is het altijd heel gewoon geweest.’

Jeanne: ‘Ja, we hebben er ook altijd heel gewoon over gedaan. Onze tweede kon er weleens een grapje over maken. Dat was met oudjaar en toen zei ik zo tegen de kinderen: ‘Nou ja, morgen nieuwjaar, en hebben jullie nog wensen? Wat zou je wensen?’ En onze tweede is er een die nogal een flapuit is, en die begon dus zo in eerste instantie te hinken, zo door de keuken, hij zei: ‘Ik hoop dat papa niet nog een gebroken been krijgt’, want wij noemden dat een gebroken been, en toen ging hij op zijn knietjes zo door de keuken, ‘want dan moet papa zo voortaan zo door het huis’. Dus we hebben er altijd maar heel luchtig mee omgegaan, ja.’

 

‘Die met dat ene been’

Peter: ‘Iets leuks was toch: wij waren op een camping in Luxemburg. Dat zal ik nooit vergeten. Dat ging erover, die kinderen – en dan spreek je over kinderen  van zeven, en acht, en van zes en van vijf – daar was een heel hoge glijbaan, en die glijbaan, daar durfden ze eigenlijk niet af. Nou, ik zou dat even voordoen. Komop, allemaal achter mij aan, net een kloek met kuikens. Wij zijn helemaal bovenop, en dan gaat die glijbaan zo. Helemaal zo naar beneden. Ik ging een tikkeltje op mijn rug liggen, om niet op te stropen, en ik vloog naar beneden, ik kon het niet meer houden, mijn linkerbeen schoot van… want dat was met een gesp, was dat vast… Mijn linkerbeen lag daar en ik lag daar. Die kinderen! Jeanne, wij hebben veertien dagen vakantie gehad… Nou, die kinderen, die hebben me veertien dagen aangekeken, want die: ‘Oh daar gaat ‘ie, die met dat ene been’ Dus die durfden al helemáál niet meer van die glijbaan af. Dat zal ik nooit vergeten.’

Jeanne: ‘Toen heb jij dat fietsje gepakt, hè?’

Peter: ‘Ik heb een klein fietsje… Want ja, ik wilde daar niet in mijn blote kont gaan staan; het was gewoon een gesp die eraf was, dus: hupsakee, en daar lag ik. Dus toen moest ik met een fietsje naar het toilet om toch de prothese weer aan te doen. Maar: de kinderen hebben altijd zo gewezen. ‘Daar loopt ‘ie weer’. Dat was vakantie in Luxemburg’.

 

 

[Totaal: 1   Gemiddelde:  4/5]

Geef een antwoord

17 − 14 =